De bel ging. Het was een donderdagavond na tienen. Regen viel met bakken uit de lucht. Marit en ik keken elkaar aan en dachten hetzelfde: “wie kan dat in Gods naam zijn?”
“Ojee.. de buren komen klagen dat we te hard lachen”, grapte een van onze vrienden terwijl hij zijn biertje van tafel pakte. Ik haastte me naar de deur, deed de tussendeur dicht en zag Tamara’s druipend natte gezicht door het raam turen. “Shit..”, siste ik. We hadden haar al maanden niet meer gezien, kenden haar eigenlijk nauwelijks. Ik dacht meteen aan de vrienden die binnen zaten. Wat zullen ze wel niet denken. Read more…





